Oefeningen voor loopscholing


















Koppeltjes tegen elkaar, sprinten naar de pionnen
Bij de dubbele pionnen achtjes draaien, waarbij je gezicht naar het doeltje blijft gericht.
Je gaat dus zijwaarts, achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, zijwaarts, achterwaarts, zijwaarts en weer voorwaarts.
Op het eind ligt de bal klaar en ronden ze af in klein doel. Elke goal is een punt voor het team. Raak je de pion, krijg je een bonuspunt. Is je tegenstander eerder bij de bal en raakt hij de pion, dan kan je dus geen bonuspunt scoren.
Bal uit doeltje halen en klaarleggen voor de volgende, aansluiten achteraan de rij. Nadat iedere speler drie keer is geweest het winnende team bepalen.
Aandachtspunten
Kleine pasjes blijven houden bij sprint (mobiliteit-beweeglijkheid)
Op de voorvoeten/tenen lopen
(Houding bovenlichaam, balans)
Laat de spelers ook eens wisselen van richting, dus de ene keer naar links starten, de volgende keer naar rechts.

Halverwege tweede variant
Doorlopen naar de achterste twee pionnen, daar een grote acht maken. Dus om pion 1heen, helemaal naar achteren lopen naar pion 2, weer naar voren naar de achterste pionnen, om pion 3 draaien, terug naar pion 4 en weer verder naar voren om af te werken. Alles met het gezicht naar het doeltje.